In seizoen 2010-2011 speel ik mijn nieuwe voorstelling, ‘Hallo Aarde’. De speellijst staat nu op deze site. En Wel Hier.
Seizoen 2010-2011: ‘Hallo Aarde’
mei 15th, 2010Voor mij
mei 10th, 2010Deze ‘taal voor de mensen’ verscheen op 8 april 2010 in nrc.next
In veel Nederlandse huishoudens schijnt de vrouw regelmatig te zeggen: “Lieverd. Wil jij voor mij de vuilniszakken even buiten zetten?” En dan doet de man dat.
Het gaat me om dat ‘voor mij’. Want worden hier de vuilniszakken eigenlijk wel voor mevrouw buiten gezet? Volgens mij niet. Het vuilniszakken buitenzetten gebeurt net zo goed voor mijnheer zelf, en het ‘voor mij’ had dus achterwege gelaten kunnen worden.
‘Voor mij’ vertelt meestal iets over degene die de baas is. Als op kantoor iemand zegt: “Janneke, zou jij voor mij even de notulen willen kopiëren,” dan is het bijna zeker dat Janneke de ondergeschikte is. Als er een ‘voor mij’-verzoek tussen mensen met gelijke functie gedaan wordt, dan moet er namelijk altijd een verzachtende omstandigheid bijgenoemd worden. Bijvoorbeeld: “Ga je naar de koffiehoek? Zou je dan voor mij ook koffie willen meenemen? Héél erg bedankt.”
Als een vrouw aan haar man vraagt: “Wil jij voor mij de vuilniszakken buiten zetten,” dan zegt ze dus eigenlijk: “Wat betreft de verdeling van de huishoudelijke taken ben ik de baas.”
‘Voor jou’ is een stuk minder beladen met hiërarchie. Wel weer met iets anders, ook heel raars. Onlangs ontdekt, op een voorgeproduceerde stationsboterham in een driehoekverpakking: “Speciaal voor jou belegd met verse ingrediënten!” Deze tekst was in een zogenaamd handgeschreven lettertype geplaatst, alsof een of andere ambachtelijke boterhammengoeroe dat er inderdaad nog even speciaal voor mij opgeschreven had.
Dit moet persoonlijk overkomen, je moet er een warm wollig gevoel van krijgen, maar het is zo duidelijk juist heel onpersoonlijk, dat het omgekeerde gebeurt. Je ziet zo’n tekst, en denkt: “Jaja. Stelletje huichelaars. Dan zullen die ingrediënten ook wel niet vers zijn. Tsss.” Wat volgens mij veel beter zou werken is als je er met een gewone letter op zou drukken: “Boterham. Verse indrediënten. Vandaag verpakt.” Of iets dergelijks.
Maar ja, er zullen wel weer marketingdeskundigen zijn die hebben uitgezocht dat we óndanks irritatie over dat nep-persoonlijke, toch liever de ‘handgeschreven’ verpakking willen waarin een boterham zit die speciaal voor ons schijnt te zijn.
Nou, voor mij hoeft het allemaal niet.
Kort Amerikaans (7)
mei 10th, 2010Inmiddels lang geleden keerde ik terug uit San Francisco. Tijdens mijn laatste week daar verscheen het laatste deel uit mijn mini-serie in NRC.next.
Na een aantal weken in Amerika wil ik graag thuiskomen met een taalvoorspelling. Een woord dat we nu nog niet gebruiken, maar binnenkort wel.
Dat is een moeilijke opgave. Ik heb een tijdje ingezet op ‘OMG’. Dat is de afkorting voor Oh my God. Maar nee, ik denk dat het toch te puberaal is – ik las op een wiskundeschrift van een puber: ‘math OMG’.
Ik zag ook nog wel iets in het gebruik van het woord ‘heart’ als werkwoord. “I heart San Francisco!” kun je hier uitroepen. Dat kunnen wij ook gaan doen, met het woord ‘hart’; maar ik word er niet warm van.
Ik weet het dus niet. Wat ik wel weet is welk woord ik graag zou wíllen importeren. Dat woord is ‘meh’. Je spreekt het uit als ‘mè’, met een beetje een hoog stemmetje. ‘Meh’ gebruik je als iets je helemaal niet kan schelen. “Wil je anders vanavond lekker bij de Thai eten?”
“Meh.”
‘Meh’ lijkt op ons ‘mwa’ (of hoe schrijf je dat eigenlijk), maar in ‘mwa’ zit nog een soort waardeoordeel. “Hoe vond je de film?” “Mwa.” Dan vind je de film niet zo goed; met andere woorden: je vindt iets. Bij ‘meh’ vind je helemaal niets. ‘Meh’ is het verbale equivalent van je schouders ophalen, een lege blik in de ogen. “Vind je de politieke situatie in Nederland ook zo fascinerend?” “Meh.”
Waar ‘meh’ vandaan komt is niet helemaal duideijk. Sommigen vermoeden een Jiddische oorsprong, anderen zien het helemaal als een product van The Simpsons, die ‘meh’ nogal vaak gebruikten.
Hoe het ook zij, ik denk niet dat we in het Nederlands een woord hebben dat ‘meh’ kan uitdrukken. Terwijl er genoeg is dat ‘meh’ voelt. Ergo: we zitten met een gat in de taalmarkt. En dat gat gaat ‘meh’ wat mij betreft, onvertaald, opvullen. Ik hart meh.
Kort Amerikaans (6)
maart 29th, 2010Ik zit tijdelijk in San Francisco en schrijft vanuit daar een zevendelige serie over het Amerikaans.
Wanneer spreek je een taal vloeiend? In Nederland betekent een taal vloeiend spreken geloof ik dat je vrijwel geen accent hebt, dat je droomt in die taal, en dat je alles meteen begrijpt.
In Amerika wordt met vloeiend iets heel anders bedoeld. Als je ‘fluency’ hebt in een vreemde taal, dan betekent dat dat je jezelf min of meer begrijpelijk kunt maken. Dat mag met handen en voeten, je mag heel veel fouten maken, zo lang je maar begrepen wordt. Dat is voor buitenlanders een prettige situatie, want je wordt al heel snel de hemel in geprezen. Amerikanen zijn ook niet te beroerd om te zeggen dat je ‘perfect’ Engels spreekt. Ook als dat echt, echt, echt niet zo is.
Daarnaast zijn Amerikanen dol op accenten. Op het moment dat je net het gevoel hebt dat je echt heel erg Amerikaans uit de hoek aan het komen bent, dan kan je gesprekspartner je vertederd aankijken en verklaren: “I think your accent is absolutely charming!” Charming, dat is wat Amerikanen over accenten denken.
Niet alle accenten, overigens. Een Mexicaans accent wordt hier niet zo heel erg charming gevonden, want dat riekt te veel naar ‘immigrant’ en ‘economische malaise’. Het andere accent waar Amerikanen niet zo veel mee hebben is het Brits Engels. Dat wordt gezien als arrogant, bekakt en uit de hoogte. Twee Britten zijn regelmatig op de televisie te zien. De ene is Gordon Ramsey, wiens werk het is om restauranthouders uit te schelden. De andere is Simon Cowell, die kandidaten bij American Idol aan het huilen maakt. Enerzijds vinden het Amerikanen het wel interessant dat deze Britten “tell it like it is”, maar ze vinden het ook de twee grootste klootzakken op aarde. Brits Engels riekt dan weer (ook na meer dan tweehonderd jaar) te veel naar ‘kolonisator’.
Met een Nederlands accent zit je hier echter goed, want Nederland doet er toch niet toe. Charming.
Kort Amerikaans (5)
maart 23rd, 2010Ik zit tijdelijk in San Francisco en schrijf vanuit daar een zevendelige serie over het Amerikaans. Deze ‘taal voor de mensen’ verscheen op 18 maart 2010 in nrc.next.
Misschien is het het perspectief van een buitenlander. Maar ik heb het idee dat Amerikanen meer dan Nederlanders genieten van het uitspreken van woorden die zij zelf leuk vinden.
Amerikanen houden bijvoorbeeld erg van het woord ‘oomph’ (spreek uit ‘oemf’). ‘Oomph’ is moeilijk vertaalbaar, maar betekent iets als ‘krachtigheid’ of ‘fut’. Op de radio hoorde ik een commentator zeggen: “The European economy just doesn’t seem to have much oomph at the moment.” Voordat hij ‘oomph’ ging uitspreken, wachtte hij even, en toen sprak hij het woord nadrukkelijk uit. Alsof hij op een grote zachte poef ging zitten, en er helemaal in wegzakte. “Wat een fijn woord,” hoorde je hem denken.
Hetzelfde hoor je Amerikanen doen met andere rare woorden die ze toch heel leuk vinden. ‘Pizazz’ bijvoorbeeld (uitspraak: ‘puh-zèèz’), wat iets als ‘flair’ betekent, alleen klinkt flair oneindig veel suffer dan pizazz. Als een Amerikaan ‘pizazz’ zegt, dan zorgt hij ervoor dat hij de tweede lettergreep extra lang uitrekt, waardoor het woord zelf eigenlijk al pizazz krijgt. ‘Ta-daaa!’ kun je erbij roepen, zo enthousiast wordt pizazz gebracht.
Net als in Nederland is het voorvoegsel ‘über’ hier ook erg in. Amerikanen spreken dat uit als ‘oeber’, want die umlaut, daar weten ze geen raad mee. Wel weten ze dat als je ‘über’ gebruikt, je het de aandacht moet geven die het verdient. Über-hip, über-lame (stom), über-yummy (lekker); het kan met elk bijvoegelijk naamwoord, als je er maar flink je ogen bij openspert om het ‘über’ nog meer nadruk te geven.
Natuurlijk zijn er ook woorden die door sommige mensen nog wel als leuk/gek worden gezien, en door anderen allang niet meer. Onlangs hoorde ik iemand verlekkerd het woord ‘ginormous’ uitspreken (een jolige samentrekking van ‘giant’ en ‘enormous’). Hij was er zelf heel erg blij mee, maar om hem heen werd hevig met de oogbollen gedraaid. Ginormous was duidelijk über-lame.
Kort Amerikaans (4)
maart 20th, 2010Ik zit tijdelijk in San Francisco en schrijf vanuit daar een zevendelige serie over het Amerikaans. Deze ‘taal voor de mensen’ verscheen 11 maart 2010 in nrc.next.
Eindelijk eens de hele Oscaruitreiking kunnen zien. Met vooraf de rode loper en daarna alle speeches, live. In Nederland vond ik het altijd te veel moeite om op te blijven, maar hier was het een prachtige middag/vroege avond, die ik met allerhande snacks kon verlevendigen tot een klein feestje.
En omdat ik de volle vierenhalve uur met het evenement in contact stond, kon ik alle toespraakjes analyseren. Ik kwam tot de volgende conclusie: Amerikanen zijn in staat om op elk gewenst moment naar een ironievrije zone over te stappen. Ze maken wel grapjes waardoor het lijkt alsof ze het allemaal niet zo serieus nemen, maar dan beginnen ze patsboem ineens over ‘aan wie deze Oscar eigenlijk toebehoort’, en dat is hun moeder, alle mensen in uniform, iedereen in de zaal die de Oscar niet gewonnen heeft, alle ouders die zorgen voor kinderen die niet van hunzelf zijn. Waarna tranen. En dan nog een grapje om ze weer keurig de ironievrije zone uit te krijgen.
Goed, die Oscars zijn natuurlijk het hoogtepunt van menig Hollywoodster z’n/d’r carrière, maar dan nog. Zou een Nederlandse filmster over een collega kunnen zeggen: “Ze is een fantastisch persoon, die zowel in de breedte als in de diepte heeft laten zien wat een gevoelig mens zij is, niet alleen voor de mensen om haar heen, maar voor de hele wereld”? We zouden diegene waarschijnlijk nog wel een paar maanden na lopen doen met z’n allen. Waarop de filmster dan zou zeggen: “Dit vind ik zó Nederlands. Als je je kop boven het maaiveld uitsteekt…”
Ook in Amerika zijn natuurlijk genoeg mensen die de sentimentaliteit tijdens de Oscars te ver vinden gaan. Maar toch zijn ook zulk soort onsentimentele mensen geneigd om tijdens een of ander lulgesprek ineens te verklaren: “I feel that I am really strong, as a woman, because I have a sense of purpose, because I have a hard life. Not hard like the people in Haiti, but still.”
Kort Amerikaans (3)
maart 10th, 2010Ik zit tijdelijk in San Francisco en schrijf vanuit daar een zevendelige serie over het Amerikaans. Deze aflevering verscheen op 4 maart 2010 in nrc.next.
Oprah doet het vaak. Dat ze ineens een heel erg duidelijk statement maakt, langzaam pratend, liefst met het woord ‘I’ erin. “I want you all to read this book and discuss it.” Elk woord krijgt evenveel nadruk. Het klinkt alsof Oprahs leven ervan afhangt.
Dit soort zinnen wordt niet alleen door Oprah uitgesproken. Iedereen in Amerika bedient zich ervan. Misschien doen ze collectief Oprah na (dat is een mogelijkheid), of misschien bestond het al vóór Oprah. Als je een winkel binnenkomt, zegt de kassamedewerker bijvoorbeeld: “I need you to leave your bag here behind the counter.” Of, toen ik sokken kocht en zei dat ik er geen tasje bij hoefde: “I support that decision.”
Soms doen de Amerikanen er ook een heel indringende blik bij, en slaan ze zó’n intense toon aan dat het lijkt alsof ze je stap voor stap gaan helpen bij het onschadelijk maken van een landmijn waar je per ongeluk op bent gestapt. Terwijl ze dan uiteindelijk iets futiels zeggen als: “I need you to spell your name for me.”
Eerst dacht ik dat het kwam omdat ik een buitenlander ben, zoals je in Nederland ook wel eens een welwillend persoon tegen iemand met een hoofddoek hoort zeggen: “WILT U DAAR EEN PLASTIC ZAKJE BIJ? ZAKJE? ERBIJ? IK ERBIJ DOEN?” Ook als de behoofddoekte prima Nederlands verstaat.
Maar hier in Amerika is het toch anders, want ze maken de ultra-indringende statements ook onderling. Voor Nederlanders een beetje vreemd, dat commanderende en toch behoeftige ‘I need you to’; in Nederland zijn we toch meer van ‘u mag hier even tekenen’. Ik zie het ook nog niet zo snel gebeuren dat Nederlanders gaan zeggen: “Het is voor mij noodzakelijk dat u hier tekent.”
Gelukkig moeten de Amerikanen van zichzelf na zo’n serieus moment altijd compenseren, en gaan ze je stralend en uitvoerig bedanken voor het opvolgen van hun bevel.
Kort Amerikaans 2
maart 7th, 2010Ik zit tijdelijk in San Francisco en schrijf vanuit daar een zevendelige serie over het Amerikaans. Deze aflevering verscheen 25 februari in nrc.next
In Amerika kunnen ze alles beter, dat is bekend. Neem de sprekende computer. In Nederland klinkt een sprekende computer meestal als een vrouw die net een snijdende hoofdpijn voelt opkomen. Daarnaast is ze ook half doof, waardoor je honderd keer moet roepen “Amsterdam Centraal! Amsterdam Centraal!” (computer: “Bedoelde u: Meppel?”).
In Amerika is de sprekende computer een frisgewassen man die een geanimeerd gesprekje met je voert. Stel, je tassen zijn kwijtgeraakt tijdens een vliegreis. Dan bel je de luchtvaartmaatschappij op, en zegt hij: “Ik ben een computer, en ik zal je zo goed mogelijk proberen te helpen.” Als hij je naam niet verstaat, omdat je bijvoorbeeld Cornelisse heet, dan zegt hij: “No problem, let’s try it this way – please spell your name for me.” Alles op opgewekte toon, die gek genoeg toch niet irritant is.
Het beste aan de sprekende computer is dat hij ook ‘hm’ zegt. Dus: “Hm. I can’t seem to locate your luggage. Let me put you through to one of our bagage-service representatives.” Degene die dat ‘hm’ in de computer geprogrammeerd heeft, moet een prijs krijgen.
Als je uiteindelijk een echt mens aan de telefoon krijgt, dan valt al meteen op: de Amerikaanse telefoonmedewerker gebruikt het woord ‘ik’. Dat moet ik een Nederlandse instantie nog zien doen. Als je in Nederland een instantie aan de telefoon krijgt, dan is het “wij vinden het heel vervelend dat dit gebeurd is” en “wij kunnen daar geen verantwoordelijkheid voor nemen.” Ik ben wel eens kwaad geworden aan de telefoon, waarop degene aan de andere kant van de lijn zei: “Maar ik bén niet het Singer Museum.” Nee, maar aangezien het museum zelf niet aan de telefoon kan komen, ben je als telefonist toch wel het eerste aanspreekpunt.
In Amerika is dat dus anders, want zelfs de laagste telefoonslaaf ziet zichzelf als representant van de organisatie. Als je tassen dus zijn kwijtgeraakt, put deze ‘ik’ zich uit in excuses, en komt ongevraagd met het volgende: “I would like to make it up to you in some way.” En dan krijg je een tegoedbon.
Kort Amerikaans 1
maart 3rd, 2010Deze ‘taal voor de mensen’ verscheen op 18 februari 2010 in nrc.next
Dit is deel één van een zevendelige serie. Ik zal mij de komende weken in de Verenigde Staten ophouden, omdat ik heb gehoord dat ze daar een heel andere taal spreken dan hier, namelijk het Amerikaans.
Het Amerikaans is van grote invloed op het Nederlands. Er zijn allerlei woorden die we rechtstreeks van de Amerikanen hebben overgenomen omdat het te veel moeite was om zelf iets anders te verzinnen. Website. E-mail. Stalker. Er zijn taalpuristen die dit schandelijk vinden, maar gewone mensen zoals jij en ik vinden het vooral handig dat iemand anders alvast een woord heeft bedacht voor een nieuw begrip.
Daarnaast zijn er ook taaltrends die wij wel overnemen, maar vertaald. De Amerikanen begonnen met ‘like’; “It was, like, really cool.” Kort daarop kregen we de vertaling in het Nederlands: ‘zeg maar’. “Het was, zeg maar, heel leuk.” ‘Je ding doen’ en de uitdrukking dat iets ‘je ding’ kan zijn, is nog veel letterlijker uit het Amerikaans vertaald.
Dan zijn er nog de woorden en uitroepjes die onvertaald worden overgenomen, ook al zouden we ze prima in het Nederlands kunnen uitdrukken. Denk aan ‘oh my God’, ‘loser’, ‘shit’ en ‘no way’. Redelijk recent is daar ook ‘way’ aan toegevoegd: “Ik ben echt way toe aan vakantie.” Dat laatste wordt nu nog alleen gebruikt door meisjes van drieëntwintig, maar let op, het kan zich elk moment gaan verspreiden.
En dan zijn er nog de uitdrukkingen die alleen door de coolste mensen in de samenleving worden gebruikt. Laatst zei een coole neef van mij over een andere coole neef: “Ja, hij heeft echt swagger.” Ik begreep het een beetje, maar niet helemaal. Ik begreep vooral dat mijn neef veel dichter op de taalimport uit Amerika zit dan ik.
Dus dit is mijn doel: ik ga naar Amerika om te horen wat ze daar allemaal zeggen. Zodat ik er bovenop zit. En ik kan voorspellen wat voor nieuwe toevoegingen het Nederlands binnenkort krijgt. Not.
Voor mij
maart 3rd, 2010Deze ‘taal voor de mensen’ verscheen, als ik het me goed herinner, op 27 januari 2010 in nrc.next.
In veel Nederlandse huishoudens schijnt de vrouw regelmatig te zeggen: “Lieverd. Wil jij voor mij de vuilniszakken even buiten zetten?” En dan doet de man dat.
Het gaat me om dat ‘voor mij’. Want worden hier de vuilniszakken eigenlijk wel voor mevrouw buiten gezet? Volgens mij niet. Het vuilniszakken buitenzetten gebeurt net zo goed voor mijnheer zelf, en het ‘voor mij’ had dus achterwege gelaten kunnen worden.
‘Voor mij’ vertelt meestal iets over degene die de baas is. Als op kantoor iemand zegt: “Janneke, zou jij voor mij even de notulen willen kopiëren,” dan is het bijna zeker dat Janneke de ondergeschikte is. Als er een ‘voor mij’-verzoek tussen mensen met gelijke functie gedaan wordt, dan moet er namelijk altijd een verzachtende omstandigheid bijgenoemd worden. Bijvoorbeeld: “Ga je naar de koffiehoek? Zou je dan voor mij ook koffie willen meenemen? Héél erg bedankt.”
Als een vrouw aan haar man vraagt: “Wil jij voor mij de vuilniszakken buiten zetten,” dan zegt ze dus eigenlijk: “Wat betreft de verdeling van de huishoudelijke taken ben ik de baas.”
‘Voor jou’ is een stuk minder beladen met hiërarchie. Wel weer met iets anders, ook heel raars. Onlangs ontdekt, op een voorgeproduceerde stationsboterham in een driehoekverpakking: “Speciaal voor jou belegd met verse ingrediënten!” Deze tekst was in een zogenaamd handgeschreven lettertype geplaatst, alsof een of andere ambachtelijke boterhammengoeroe dat er inderdaad nog even speciaal voor mij opgeschreven had.
Dit moet persoonlijk overkomen, je moet er een warm wollig gevoel van krijgen, maar het is zo duidelijk juist heel onpersoonlijk, dat het omgekeerde gebeurt. Je ziet zo’n tekst, en denkt: “Jaja. Stelletje huichelaars. Dan zullen die ingrediënten ook wel niet vers zijn. Tsss.” Wat volgens mij veel beter zou werken is als je er met een gewone letter op zou drukken: “Boterham. Verse indrediënten. Vandaag verpakt.” Of iets dergelijks.
Maar ja, er zullen wel weer marketingdeskundigen zijn die hebben uitgezocht dat we óndanks irritatie over dat nep-persoonlijke, toch liever de ‘handgeschreven’ verpakking willen waarin een boterham zit die speciaal voor ons schijnt te zijn.
Nou, voor mij hoeft het allemaal niet
